U bevindt zich hier: Home > Artikelen > Innerlijk kind werk en het werken met geïnternaliseerde delen

Innerlijk kind werk en het werken met geïnternaliseerde delen

Geplaatst op: 31-05-2009

Emotieve regressietherapie

De theorie

‘Het perfecte gezin’ wordt heel tekenend neergezet in reclames voor Zonnatura producten: Lachende kinderen en stralende vaders en moeders. In de realiteit is het gezin voor kinderen niet per definitie een liefdevolle omgeving. Binnen ons imperfecte gezin in onze imperfecte wereld heeft een kind zijn eerste liefdesrelaties: Die met zijn ouder(s) en belangrijke naasten.

Wanneer een kind bijvoorbeeld niet gezien wordt door zijn ouders, tenzij hij een prestatie neerzet, dan leidt dit tot een trauma. Als deze ervaring regelmatig bevestigd wordt dan leidt dit tot een ‘ingriffing’; het trauma wordt steeds opnieuw versterkt (het ontstaan van een ‘karakterpostulaat’ ). Het kind zal deze ingriffing in zijn latere, volwassen leven projecteren in zijn liefdesrelaties. Hierbij zal de volwassen persoon steeds weer om de bevestiging dat hij ‘er mag zijn’ vragen, op wat voor manier dan ook. In feite vraagt de volwassen persoon hier “Doe ik het wel goed?”. De eerste ervaringen in liefde (met de ouder(s)) legt zo de basis voor de partnerrelaties van de volwassene. Liefde is in dit voorbeeld onlosmakelijk verbonden geraakt met presteren.

De ouder wordt binnen het kind geïnternaliseerd in de vorm van innerlijke criticus. Hiermee wordt niet bedoeld dat de energie van de ouder energetisch deel gaat uitmaken van het kind. Het is een overtuiging die ontstaan is t.g.v. van een ‘imprint’ van de energie van de ouder op het moment van de trauma. Deze (beperkte) overtuiging is gebaseerd op hoe het kind de ouders op het moment van de trauma ‘zag’ of hoe hij de gedraging van de ouder heeft geïnterpreteerd. In het dagelijkse leven van de cliënt zien we dan veroordelingen ontstaan vanuit de volwassene hoe hij er mag zijn in verbinding met geliefden. Er is een ‘negatieve’ koppeling in liefde ontstaan.

Een verdere beïnvloeding van de volwassen persoon kunnen we terug zien in de rolpatronen. Ouders zijn natuurlijke autoriteiten, waardoor de ingriffing van invloed kan zijn binnen elke situatie waarbij hiërarchie een rol speelt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de omgang met managers, directeuren etc. De volwassen persoon projecteert dan de kwaliteiten van de ouder(s) op de persoon in kwestie. Hierdoor kan de volwassene emotioneel en ‘kinderlijk’ gaan reageren in zijn werkomgeving. De ervaring hoe hij er mag zijn is dus niet alleen van invloed binnen liefdevolle verbindingen, maar ook hoe hij zich gaat gedragen in een sociale (en functionele) omgeving.

De leeftijd waarop een lading ontstaat is van invloed op het mentale (de M) en het emotionele (de E) aspect van de lading. Ladingen die door traumatiek ontstaan blijven in het energetisch lichaam (wat wordt gedragen door het fysiek lichaam) achter. De lading blijft verbonden met de ontwikkeling (zowel cognitief als emotioneel) van het ego op het moment van de ervaren traumatiek.
Als deze ladingen bij de volwassene getriggered worden dan zal hij reageren met de cognitieve vermogens die horen bij de leeftijd waarop de lading ontstaan is. Wanneer deze innerlijke kind ladingen aan de basis staan van de persoon dan kunnen deze van invloed zijn van de vorming van het karakter. Het is voor een therapeut van belang om zich te realiseren dat ladingen die veroorzaakt zijn door traumatiek in de jeugd ook positieve effecten kunnen hebben. Vaardigheden van kinderen op de leeftijd dat de traumatiek is ontstaan blijven bestaan, waardoor bijvoorbeeld sensitiviteit, invoelen en creatieve vaardigheden op kindniveau behouden blijven voor de volwassen persoon.

In het bovenstaande voorbeeld is de manier waarop de persoon ervaart dat hij ‘er mag zijn’ met afwijzing verbonden geraakt. Hierdoor kan er een ‘scheefgroei’ in de ontwikkeling van het Ego ontstaan, waardoor hij in zijn dagelijks leven onbewust op zoek gaat naar afwijzing. Voor het bewuste Ego van deze persoon is het onbegrijpelijk dat hij zich keer op keer met afwijzing verbindt. Op onbewust niveau heeft zich een koppeling voltrokken tussen liefde en afwijzing. Hierbij is het belangrijk om in de gaten te houden dat het op onbewust niveau niet uitmaakt waar iemand zich mee verbindt, maar dat hij zich verbindt. De  thematische verbinding van liefde met afwijzing kun je dan terug zien als gedragingen die we als Ego zouden kwalificeren als een negatieve manier van aandacht vragen.  


Thematiek en de gevolgen

Voorbeelden van ladingen die thematisch van belang worden, kunnen dan herkend worden in uitspraken zoals:

•    Ik mag er niet zijn.
•    Ik ben niet goed genoeg.
•    Ik moet het alleen doen.
•    Ik ben niet belangrijk.
•    Ik moet het verdienen.
•    Ik wordt niet gezien.

De pijn - die verbonden is met angst, verdriet of boosheid - veroorzaakt patronen in het dagelijks leven van de cliënt. Keer op keer lijkt het alsof de cliënt ‘er mag zijn’ vanuit deze afwijzing. Ook wanneer deze mensen hun ouderlijk gezin verlaten hebben blijven de patronen ontstaan. De patronen lijken te bevestigen hoe iemand er mag zijn - eigenlijk wat ‘leven’ is - waarbij er innerlijke critici lijken te bestaan die de veroordelingen in stand houden en de plaats van de ouders uit de jeugd ingenomen hebben. De innerlijke critici kunnen we als een (zwaar) geweten definiëren of als geïnternaliseerde delen. Voorbeelden van gevolgen van ladingen die ontstaan zijn in de jeugd zijn:

•    angst, paniek
•    afwijzing, verlating
•    onveiligheid
•    geschonden zijn (bij lichamelijk, verbaal, emotioneel of seksueel geweld)
•    boosheid, razernij, haat
•    walging
•    verdriet
•    onzekerheid
•    onmacht
•    beschaming, onwaardigheid

De gevolgen van deze ervaringen in de vroege jeugd hebben een impact op de vorming van het Ego en zijn afweermechanismen. Voorbeelden van deze afweermechanismen en van patronen die zich gaan vormen zijn:

•    zich aanpassen aan de omgeving
•    zichzelf groot houden
•    zichzelf wegcijferen
•    oplossingsgericht denken
•    een dikke muur om zich heen bouwen
•    in shock gaan, bevriezen (freeze)
•    verslavingen (eten, drinken, roken, adrenaline, seks, werk, etc.)
•    volhouden, doorzetten, strijden
•    aandacht aan anderen geven, niet aan zichzelf
•    eigen behoeften negeren


Binnen de Emotieve proces therapie wordt deze sessie toegepast wanneer er binnen de intake duidelijke patronen (van bijvoorbeeld afwijzing) naar voren toe komen die verbonden kunnen worden met kinddelen. Deze kunnen naar voren toe komen en een (beperkend) patroon vormen in iemands dagelijks leven. In de sessievolgorde komt het werken met geïnternaliseerde delen in de plaats van de sessie liefde op een ander gericht of liefde op jezelf gericht.

Belangrijk met het werken met geïnternaliseerde delen (veelal ouders en in mindere mat: broers, zussen, opa’s en oma’s en andere verzorgers) is de wetenschap dat er niet gewerkt wordt met de persoon in kwestie, maar met hoe de cliënt deze persoon is gaan zien.
In de intake wordt van te voren ook het principe van de ouder als geïnternaliseerd deel uitgelegd. De therapeut legt uit dat de ouder een verinnerlijkt deel geworden is en nu reageert als een innerlijke criticus, maar dat dit niet de ouder is waar de cliënt om geeft. Dit wordt gedaan om het ontstaan van een loyaliteitsconflict van de liefde van de volwassene naar zijn ouders toe te voorkomen.

De Sessie

Binnen de korte intake ligt de focus op de door de cliënt ervaren herhalende patronen. De therapeut laat hem vertellen over de ervaringen die hij kan herkennen in zijn dagelijks leven, waarna de therapeut deze verder gaat specificeren. Hierbij maakt de therapeut gebruik van ophaalkettingen om de lading voor de cliënt lichamelijk voelbaar te maken (L). Tijdens het specificeren en het gebruik van de ophaalkettingen wordt de beperkende overtuiging of gedachtegang bewust gemaakt (M), waarna bij de sterkst ervaren emotie gekoppeld wordt aan de ervaring (E). Hierdoor ontstaat de MEL van de onmacht. Deze MEL kan op verschillende wijzen opgehaald worden. Welke ingang de therapeut ook kiest, het gaat erom om dat de volledige MEL van de onmacht bij het begin van de sessie bekend is. Daarnaast laat de therapeut de cliënt, terwijl de cliënt in verbinding is met de lading van de onmacht, bewust worden van de leeftijd die verbonden is aan deze onmacht.

De geleide visualisatie

De therapeut laat de cliënt gaan liggen, zijn ogen sluiten en focussen op de lichamelijk ervaring (L) die verbonden is met de door de cliënt ervaren onmacht. Zij laat hem zijn ouderlijk huis voor stellen, de straat waar hij woonde en uiteindelijk de deur van zijn ouderlijk huis. Vervolgens laat zij de cliënt beschrijven hoe de deur eruit ziet en laat hem het huis binnen gaan.

T: Belangrijk is dat je als kind in dit huis bent. Niemand anders is aanwezig. Waar ben je dan?

Wanneer dit in de cliënt opgekomen is, laat de therapeut de cliënt naar die kamer of dat deel van het huis toe gaan om waar de cliënt zijn kinddeel gaat ontmoeten. De therapeut laat de cliënt de ruimte of kamer binnengaan. Indien nodig laat de therapeut de cliënt de ruimte beschrijven en aangeven waar het kind zich binnen deze ruimte bevind. De therapeut vraagt naar wat het kind aan het doen is en hoe het reageert op het volwassen deel dat de kamer betreed.

T: Hoe reageert hij (het kind) op jou? Herkent hij jou. (bij geen herkenning) Vertel wie je bent. Wat doet hij dan. Hoe reageert hij?

C: Hij……

T: Je bent ook het kind. Wanneer je je met hem verbind, wat is dan wat je ervaart? Wat voel je?

C: Ik voel me…….

T: Nu hij weet dat jij zijn oudere ik bent en begrijpt wat hij voelt. Hoe reageert hij nu op je.

C: Hij is blij.

Heeft de cliënt daar antwoord op gegeven dan vraagt de therapeut hem het volgende te doen:

T: Neem het kind naar beneden naar de woonkamer. Belangrijk is dat je ergens gaat zitten waar je contact kunt houden met het kind. Houd zijn hand maar vast of laat hem bij je op schoot zitten. Laat hem niet alleen. Je blijft met hem in verbinding. Ook wanneer je aandacht op anderen is gericht.
T: Nodig één van ouders van het kinddeel uit. Welke wil je als eerste uitnodigen? Laat deze binnen komen
C: Mijn moeder.
T: Hoe reageert de je moeder op jou? Herkent ze je?
T: Vertel wie je bent.

De therapeut laat de cliënt vertellen wat de gevolgen van de ervaring van het kind zijn in het dagelijkse leven van de volwassen persoon. Hoe reageert de moeder? Wanneer de moeder mild, afwijzend reageert of in de verdediging gaat en de cliënt niet bij machte is om – bijvoorbeeld door zijn loyaliteit naar de moeder - haar te confronteren met de gevolgen van de daden van de moeder, dan gaat de therapeut vanuit de kennis van de intake voor de cliënt praten. De therapeut vraagt de cliënt om toestemming om op te komen voor de cliënt. Wanneer deze toestemming door de cliënt gegeven is, gaat de therapeut de confrontatie met de ouder (hard) aan.

T: Dat wat ik nu zeg kan je moeder horen.
T: Ik wil graag dat je let op haar reactie

Voorbeelden van confronterende zinnen:
T: Je hebt je kind in de steek gelaten?
T: Je hebt hem alleen gelaten?
T: Doordat jij er niet was heeft dit kunnen gebeuren?
T: Waar was je?

Tijdens de confrontatie is het belangrijk dat de therapeut het besef heeft dat zij niet te maken hebt met de werkelijke moeder. Het is het verinnerlijkte beeld van de moeder; het geïnternaliseerd deel dat nu, in het dagelijkse leven van de cliënt, als innerlijke criticus de negatieve spiralen in stand houdt.

Nadat de therapeut de moeder geconfronteerd heeft vraagt deze aan de cliënt hoe de moeder reageert. Wanneer de moeder emotioneel,terneergeslagen wordt of zich geen houding meer weet aan te nemen dan laat je de moeder gaan ‘staan’ in de liefde die zij het sterkst heeft gevoeld voor haar kind.

T: Wat gebeurt er met je moeder.
T: Wat zie je wanneer ze in de liefde gaat ‘staan’ die hij het sterkst heeft gevoeld voor haar kind.

Mogelijke reacties van de moeder
C: Ze begint te glimlachen.
C: Haar ogen beginnen te stralen.
C: Haar gezicht wordt zacht.
C: Haar ogen worden zacht

Belangrijk is dat de moeder blijft zitten waar ze zit, ook wanneer deze vanzelf naar het kind toe gaat. Het is van belang dit uit te stellen. Wanneer dit gebeurt laat de therapeut haar weer plaats nemen op de bank of stoel waarop ze zat.

T: Terwijl je naar je naar je moeder kijkt word je bewust van het kind (dat jij bent) dat je vasthoudt / dat bij je zit.
T: Jij bent het kind. Terwijl je hem voelt en hij je moeder zo ziet, voel dan wat wil hij doen.

C: Hij wordt blij en wil naar zijn moeder toe.

T: Laat hem maar naar zijn moeder gaan. Verbind je, terwijl hij dat doet, helemaal met zijn lichaam.

T: Op het moment dat je het kind (kinddeel) los laat verbind je je met het kind; ga erin. Je bent het kind, terwijl je moeder je oppakt. Voel hoe ze je oppakt en voel hoe haar handen je vasthouden. Voel hoe je handjes je moeder vastpakken en ervaar hoe je moeder je tegen zich aandrukt. Word je bewust en ervaar hoe je lichaam tegen dat van je moeder aandrukt. Wat voel je terwijl je zo bij je moeder bent?

C: Ik ben blij!

T: Waar ervaar je dat in je lichaam?

C: Ik kan dat voelen op de borst.

T: Wat ervaar je fysiek?

C: Ik ervaar een drukkend gevoel.

Het patroon van afwijzing, dat de cliënt in zijn dagelijks leven ervaart, wordt uiteindelijk binnen de visualisatie gecompenseerd door de moeder (de geïnternaliseerde ouder in dit geval) te laten staan in de liefde die deze het sterkst heeft gevoeld voor het kind zoals het bij de cliënt zit. Binnen de visualisatie wordt een archetypische moeder neergezet. Dat wat het kind (deel) in het dagelijkse leven nooit gekregen heeft, gaat het nu krijgen. Daarmee wordt de liefde in afwijzing op onbewust niveau verbonden met liefde in verbinding en houden de patronen van afwijzing op te bestaan.

Dit proces doorloopt de therapeut ook met de andere ouder. Deze kan bijvoorbeeld afwezig zijn door werken of letterlijk (ook) vastzitten in de problematiek waar de cliënt in vastzit. In beide gevallen is het eindresultaat dat de cliënt niet beschermd wordt tegen de ouder die juist het afwijzende patroon in gang heeft gezet. Wel ervaart de cliënt veelal dat deze ouder veilig is. Deze zal echter ook een aandeel in het veroorzaken van de verschuiving gehad hebben. Van belang is dat de therapeut bewust blijft dat het om geïnternaliseerde delen gaat, het zijn dus niet de echte ouders. Het loyaliteitsconflict vanuit het Ego ‘nu’ blijft onderliggend aanwezig. Hulp van de therapeut om de geïnternaliseerde delen te compenseren blijft van belang!

Hierna nodig je beide ouders uit binnen de visualisatie. Deze laat je staan in de liefde die ze het sterkst voor elkaar hebben gevoeld. Het kind zit bij het volwassen deel.

T: Terwijl je je ouders zo ziet en je je verbind met je kinddeel. Voel wat hij wil.

C: Hij wil naar ze toe.

T: Laat hem maar gaan. En terwijl je hem laat gaan verbind je met hem. Wat gebeurt er.

C: Ik wordt opgepakt.

T: Voel hoe je wordt opgepakt en je bij hun bent. Wat ervaar je dan?

C: Ik wordt blij.

T: Waar ervaar je dat in je lichaam, terwijl je hier ligt op de mat?

C: Ik voel het op mijn hart. Het wordt warm.

Wanneer er nog andere gezinsleden zijn, dan laat je die nu binnen komen. Totdat het hele gezin compleet is.

T: Zou je hier je jongere zelf willen achter laten.

C: Ja.

T: Neem maar afscheid. Zeg wat je wil zeggen en doe wat je wil doen. Neem je tijd hiervoor.

De cliënt neemt met zijn ik van ‘nu’ afscheid van het kind ‘toen’. De therapeut geeft de cliënt hiervoor de tijd.

C: Ik ben klaar.

T: Loop de gang uit en doe de voordeur achter je dicht. Verbind je weer met het lichaam dat hier op de mat ligt.

Hierna worden de drie ladingen die de cliënt ervaren heeft geïntegreerd in het gevoelscentrum dat zich in de buik bevind. Nadat de cliënt dit gedaan en ervaren heeft wordt de sessie afgesloten.

Deze sessie heeft als resultaat dat de patronen in het dagelijks leven van de cliënt worden doorbroken. En dat liefde niet meer met afwijzing verbonden is, maar met er mogen zijn. De patronen vervallen dan ook direct in het dagelijkse leven.

 

Copyright School voor Emotieve Therapie  © 2004-2009 Alle rechten voorbehouden. De School voor Emotieve Therapie (SET) is een handelsnaam van DUDRA OV

Bron: http://www.emotievetherap... - Ronald Duchateau en Michel Lindeman