Reguliere en Alternatieve Geneeswijzen
Geplaatst op: 12-10-2009
Samenvatting
In dit literatuuronderzoek worden de paradigma’s en werkwijzen van reguliere en complementaire/alternatieve geneeswijzen (CAG) met elkaar vergeleken. De resultaten tonen aan dat veel verschilpunten tussen reguliere geneeswijzen en CAG, theoretisch categoraal tegenover elkaar staan, maar in de praktijk vooral dimensionaal gerelateerd zijn. Eén verschilpunt, het verklaringsmodel, is echter fundamenteel, maar ook met betrekking tot die factor lijkt er sprake van een op integratie gerichte ontwikkeling. De bevindingen pleiten voor het behoud van het biopsychosociale model als toonaangevend paradigma in de psychopathologie.
Kernwoorden: alternatief, regulier, vergelijking, paradigma, werkwijze, integratie
Inleiding
Complementaire en alternatieve geneeswijzen (CAG) zijn tegenwoordig regelmatig onderwerp van discussie, ook in de psychiatrie (zie bijvoorbeeld Milders, 2006). De reguliere en alternatieve visies op ziekte en gezondheid verschillen soms sterk en lijken, oppervlakkig bezien, niet te overbruggen. Chargerend kan men stellen dat de regulieren de klacht systematisch diagnosticeren en via randomized controlled trails, evidence based gebleken en protocollair beschreven interventies bestrijden. In discussies is hun oordeel over CAG vaak “placebo” of zelfs “kwakzalverij” (Renckens, 2004). De alternatieven antwoorden echter dat zij (het verhaal van) de persoon en diens referentiekader en levensovertuiging centraal stellen, en interventies daarop aanpassen. Wetenschappelijke onderbouwing is hierbij veel minder van belang dan de persoonlijke ervaring. Zij zien de reguliere geneeskunde vaak als “schadelijk” en “onpersoonlijk” (Stevinson, 2001).
Echter, naast polarisatie lijkt er ook sprake van integratie, getuige onder meer de wereldwijde beweging van ‘Integrated Medicine’. Recent werd hiervoor de volgende definitie geformuleerd: ‘The practice of medicine that reaffirms the importance of the therapeutic relationship between practitioner and patient, focuses on the whole person, is informed by evidence, and makes use of all appropriate approaches, healthcare professionals and disciplines to achieve optimal health and healing’ (The Consortium, 2005). De hierop gebaseerde integrale psychiatrie staat voor een open houding ten aanzien van alle soorten therapie. Een behandeling wordt niet beoordeeld op basis van een cultuur-, maatschappij-, geloof- of politiek gebonden wetenschapsfilosofie of gezondheidszorgsysteem, maar op basis van veiligheid en aangetoonde effectiviteit (Zollman & Vickers, 1999).
Ook patiënten trekken zich weinig aan van de controverses tussen regulier en alternatief. De helft van hen gebruikt jaarlijks CAG (Bodeker & Kronenberg, 2002) en 80-95% daarvan combineert dit nu al met regulier (Astin,1998), echter zonder dit te vertellen aan de reguliere arts uit angst bekritiseerd of uitgelachen te worden (VandeCreek e.a., 1999). Meer dan de helft van hen vindt dan ook dat de reguliere GGZ zich met CAG moet gaan bezighouden (Hoenders e.a., 2006).
Is er sprake van categorale verschillen, of zijn regulier en CAG dimensionaal met elkaar verbonden? Is er een ontwikkeling richting polarisatie of richting integratie? In dit artikel proberen we deze vragen te beantwoorden door op basis van literatuuronderzoek de paradigma’s en werkwijzen van regulier en CAG met elkaar te vergelijken......
Lees verder op:
Bron: http://www.congresintegra... - Rogier Hoenders, Fiona Willgeroth en Martin Appelo