top of page
De emotieve theorie: nog nooit eerder beschreven of verklaard,
        maar nu zo klaar als een klontje, wat te doen met dat korte lontje….

In dit artikel wordt kort verteld hoe de emotieve theorie ontstaan is en hoe er mee gewerkt wordt, welke ongekende mogelijkheden ons lichaam heeft om emotionele en soms ook fysieke pijn te neutraliseren. Hoe ons eigen autonoom zenuwstelsel emotionele en soms ook fysieke pijn per direct en definitief kan stoppen. En hoe onze autonomie hersteld of versterkt wordt door ons eigen autonoom zenuwstelsel. Autonomie is zelfregie en wie wil dat nu niet?! Lees verder als jij wilt weten hoe de emotieve theorie ook voor jou kan werken.  

De grondlegger van de emotieve theorie is Ronald Duchateau. Deze psychiatrisch verpleegkundige en therapeut is de oprichter van Opleidingsinstituut SET in Nederland. Hij ontwikkelde deze theorie waarin hij beschrijft hoe biologische systemen na een ervaren psychotrauma de basis vormen van de  manier waarop wij onze werkelijkheid waarnemen. Anders gezegd: hoe biologische processen in ons lichaam ons denken, ons gevoel en onze emoties beïnvloeden. Hij bouwde onder meer voort op de observaties van neurowetenschappers professor Stephen Porges, professor Merel Kindt en professor of pathology and cell biology aan de Columbia University (USA) Michael D. Gershon. Het onderzoek van laatstgenoemde mondde in 2003 uit in de emotieve theorie.

 

Het levenswerk van Duchateau wordt ook wel ´de blauwdruk van de psyche’ genoemd. Duchateau heeft meer dan twintig jaar lang de psyche van de mens bestudeerd en zich ook verdiept in de lichamelijke, biologische processen van waaruit de emotieve theorie is ontstaan. Duchateau zegt: “De emotieve theorie geeft inzicht in de psychofysiologische systemen die bepalend zijn voor hoe wij onze werkelijkheid waarnemen en hoe verstoring van deze systemen de waarneming van onze werkelijkheid beïnvloedt”. Met andere woorden: “De emotieve theorie heeft kennis over psychologische en biologische processen die van invloed zijn op ons psychisch en lichamelijk welbevinden. In deze processen zijn patronen te herkennen en te voorspellen. Zowel de psychische als biologische processen zijn positief te beïnvloeden met emotieve ontspanningstechnieken (EOT).  In Nederland wordt de emotieve theorie ingezet door therapeuten, psychologen, verpleegkundigen die zich richten op de behandeling van trauma, angsten, depressieve gevoelens, psychosociale problemen, diverse lichamelijke (veelal spannings-) klachten en somatisch onverklaarde lichamelijke klachten (SOLK).

De emotieve theorie gaat vooral over de werking van het autonoom zenuwstelsel en hoe we dit op een goede manier kunnen beïnvloeden. Er is veel over het autonoom zenuwstelsel te vertellen. Wij zullen ons in dit artikel echter beperken tot de meest relevante informatie die onder andere verkregen is vanuit de boeken ‘The second brain’ (Gershon, 1999) en ‘Activeer je nervus vagus’ (Swinnen, 2022).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het autonoom zenuwstelsel

 

Het autonoom zenuwstelsel is een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel. Om het geheel enigszins te overzien, schetsen we kort een beeld van de verschillende stelsels die er zijn en die van belang zijn voor de emotieve theorie. Beginnend bij het perifeer zenuwstelsel. Het perifeer zenuwstelsel zorgt voor de verbinding vanaf onze hersenen en ons ruggenmerg naar de rest van ons lichaam. Het perifeer zenuwstelsel zorgt ervoor dat signalen van onze zintuigen bij onze hersenen terechtkomen en dat de signalen vanuit onze hersenen terechtkomen bij onze spieren en organen. Het perifeer zenuwstelsel heeft twee soorten zenuwen die zorg dragen voor deze processen: de motorische en sensorische zenuwen. De motorische zenuwen geven informatie vanuit onze hersenen door aan onze spieren. Motorische zenuwen sturen dus spieren aan. De sensorische zenuwen geven juist informatie door vanuit ons lichaam aan onze hersenen. Deze informatie komt uit je zintuigen. Sensorische zenuwen geven bijvoorbeeld pijn, warmte, kou en de positie van ons lichaam door aan onze hersenen. 

Het autonoom zenuwstelsel zorgt ervoor dat sommige dingen in ons lichaam automatisch gebeuren. Oftewel het regelt een groot aantal lichamelijke functies volledig zelfstandig, zonder dat we ons ervan bewust zijn. Het gaat hier om de functies als hartslag, ademhaling, bloeddruk, spijsvertering, zweetsecretie, seksuele opwinding en orgasme. Dit zenuwstelsel is opgedeeld in drie delen: het orthosympatisch-, het parasympatisch- en het enterisch zenuwstelsel.

Het orthosympatisch en het parasympatisch zenuwstelsel hebben een tegengestelde werking en moeten in evenwicht zijn. Het orthosympatisch deel wordt ook wel het gaspedaal van ons lichaam genoemd. Dit omdat het in actie komt als er tekenen van onveiligheid zijn; dan neemt onze hartslag toe, wordt er bloed naar onze spieren gestuurd, onze luchtwegen gaan meer open, onze spijsvertering valt stil en maag- en darmbewegingen worden geremd. Er vinden meer lichamelijke reacties plaats, zodat ons lichaam kan vluchten of vechten om zichzelf weer in veiligheid te brengen. Het parasympatische deel wordt de rem van het lichaam genoemd. Dit zenuwstelsel zorgt ervoor dat ons lichaam zich weer kan herstellen na een stressreactie. Ons hartritme en onze ademhaling vertragen en ook alle andere organen herstellen zich weer (maag- en darmbewegingen komen weer op gang enz.). Evenwicht tussen deze systemen is van groot belang om voldoende tot rust te kunnen komen. (Swinnen, 2022, p.29).

Het enterisch zenuwstelsel is een onafhankelijk zenuwstelsel dat zich in de wand van ons spijsverteringsstelsel bevindt. Het speelt een belangrijke rol bij de regulatie van de spijsvertering en de darmmotiliteit (bewegingen en processen in de darmen). Prof. Michael Gershon beschrijft in zijn boek ‘The second brain’ (1999) de werking van het enterisch zenuwstelsel. Dit stelsel communiceert normaal gesproken met het centrale zenuwstelsel (ons brein en ruggenmerg) via de nervus vagus en het orthosympatisch zenuwstelsel. Onderzoek, waarbij de nervus vagus wordt doorgesneden, toont aan dat het enterisch zenuwstelsel ook geheel zelfstandig kan functioneren alsof het een eigen "brein" heeft. Het bevat motorische zenuwcellen, sensorische zenuwcellen en interneuronen en het maakt gebruik van meer dan 30 neurotransmitters, waaronder acetylcholine, dopamine en serotonine. Deze en andere eigenschappen maken het voor het enterisch zenuwstelsel mogelijk als een zelfstandig systeem te functioneren. In het dagelijks leven kunnen we deze plek herkennen aan het ‘vlinders in de buikgevoel’ bij verliefdheid, maar het is ook de plek waar we onze ‘gut feeling’ of onderbuikgevoel kunnen plaatsen.

De drie delen van het autonoom zenuwstelsel (het orthosympatisch, het parasympatisch en het enterisch zenuwstelsel) werken samen om ons lichaam in evenwicht te houden en te reageren op veranderingen in ons interne en externe milieu. Wanneer er een verstoring optreedt in deze balans, kan dit leiden tot verschillende gezondheidsproblemen.

Naast de genoemde zenuwstelsels zijn de twaalf hersenzenuwen ook van belang voor het functioneren van het lichaam. Ook hier beperken we ons in de informatievoorziening tot die zenuw die een directe bijdrage levert aan de emotieve theorie. De nervus vagus, ook wel zwervende zenuw genoemd, is een belangrijke hersenzenuw die een rol speelt bij stress, veiligheid en connectie. Deze zenuw begint in de hersenstam en loopt via de nek tot in ons onderlichaam. Deze zenuw is verbonden met ons hart, onze longen, het middenrif, het gelaat, ogen, oren, hals, nek, met elk orgaan in onze buik, onze maag, darmen en voortplantingsorganen.

Deze hersenzenuw is constant op zoek naar signalen van veiligheid of naar sporen van gevaar. Daarnaast is deze zenuw ook essentieel bij het ontstaan van menselijke connecties en menselijke netwerken. Als er veiligheid ervaren wordt, dan voelen mensen zich verbonden en betrokken. De nervus vagus is goed in het lezen van non-verbale communicatie (gezichtsuitdrukkingen, (ont)spanning van de spieren in het gelaat, intonatie van de stem) en neemt onbewust de kleinste signalen waar die niet beïnvloed worden door ons denken, dus zonder vooroordelen of gedachten. Al deze informatie wordt doorgespeeld zonder dat we ons daar bewust van zijn. Hoogstens voelen we vage signalen. De informatie wordt doorgestuurd en zet bepaalde lichamelijke processen in gang die nodig zijn om veilig te blijven. Dit kan resulteren in vechten, vluchten of ons juist veilig voelen in verbinding met een bepaald persoon. Begrip van de theorie rondom deze hersenzenuw geeft inzicht in het versterken van het lichaam om zodoende arousal beter te kunnen begrijpen. Luc Swinnen, internationaal erkend expert op het gebied van stress en burn-out, schrijft in zijn boek ‘Activeer je nervus vagus’: “De nervus vagus vormt de toegangspoort tot een versterkt welzijn, zowel fysiek als mentaal.” (Swinnen, 2022, p.37).

Elke bedreiging van onze veiligheid en sociale verbindingen die waargenomen wordt door de hersenzenuwen, verandert de staat van het autonoom zenuwstelsel. Dit zenuwstelsel heeft meerdere lagen die gepaard gaan met fundamenteel verschillende fysiologische- en gemoedstoestanden. De mate van ervaren veiligheid bepaalt welke van deze drie toestanden op enig moment wordt geactiveerd.

 

 

 

De polyvagaal theorie 

Prof. Stephen Porges beschrijft in zijn polyvagaaltheorie dat het autonoom zenuwstelsel uit drie verschillende lagen bestaat en tevens welke functie het heeft en op welke manier het werkt:

  • Ventrale vagus (bij veiligheid)

 

Als ons lichaam zich in de ventrale staat bevindt, zijn we ontspannen en in staat tot verbinding en connectie. Dan glimlachen we bijvoorbeeld terug wanneer we contact krijgen met een ander persoon en spiegelen we diens gedrag en lichaamstaal. Hierdoor ontspant de ventrale vagus, vertraagt onze hartslag en verdiept onze ademhaling.

 

  • Sympaticus (bij gevaar)

 

Wanneer ons brein signalen krijgt dat er sprake is van (mogelijk) gevaar en niemand helpt ons, dan reageert ons lichaam instinctief en wordt het mogelijk om te kunnen vechten of vluchten. Het sympathische deel van ons zenuwstelsel komt in actie en stuurt de benodigde energie naar de organen en lichaamsdelen onder andere door middel van een adrenaline- en cortisolboost en het verlagen van het serotoninegehalte in ons bloed. We gaan sneller, harder en scheller praten. Ons hartritme versnelt en onze zweetklieren worden geactiveerd, waarbij onze spieren worden aangespannen om te kunnen vechten of vluchten. We komen in beweging, bieden mogelijk weerstand tegen het gevaar of rennen weg (vanuit angst of paniek) naar een veilige plek.

 

  • Dorsale staat (bij onontkoombaar levensgevaar)

 

Wanneer we niet meer kunnen vechten of vluchten en er is geen uitweg meer om het onvermijdelijke te voorkomen, dan kunnen we terecht komen in onze laatste overlevingsstand, ook wel bekend als freeze. Ons lichaam sluit zich af om zo min mogelijk energie te gebruiken. De nervus vagus reageert met terugtrekking, in(een)storting, verlamming of verstijving om zoveel mogelijk energie te genereren voor de vitale organen en (fysieke en emotionele) schade zo veel mogelijk te voorkomen of beperken. De dorsale vagus is dan in werking getreden. Deze vagus bevindt zich onder ons middenrif en is een oud deel van ons zenuwstelsel. Als deze vagus getriggerd wordt, reageer je met je primaire reflexen. Er treedt een  vertraging van onze hartslag op en een verminderde werking van onze ingewanden. Er ontstaat een verlaagd bewustzijn, waarbij het mogelijk is dat we (fysieke) pijn niet langer registreren (Swinnen, 2022, pp. 49-59).

 

Deze verschillende staten wisselen elkaar af afhankelijk van de mate van veiligheid van de omstandigheden.

Naast de inzichten van Gershon en Porges, dragen ook de inzichten van professor Merel Kindt bij aan de emotieve theorie.  Vandaar dat hieronder ook in grote lijnen de inzichten van Kindt beschreven worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het angstgeheugen volgens Kindt

Het is algemeen bekend dat angst een nuttige emotie is. Het vergroot onze kans op overleven. Op het moment dat angst ontstaat, wordt er een systeem aangezet om snel te  kunnen vluchten of vechten. Kindt (professor experimentele psychologie aan de Universiteit van Amsterdam) legt in haar podcast (Kindt, z.d.) uit dat er reële en irreële angsten zijn, waarbij het lichaam geen onderscheid maakt in de manier van reageren. Ook bij het ervaren van een irreële angst reageert ons lichaam alsof we in (levens)gevaar zijn. Zo’n angst kunnen we zelden wegredeneren, omdat onze hersenen geen onderscheid maken tussen reële en irreële angsten. Een irreële angst ontstaat veelal na een  gebeurtenis die ons vreemd is en waarbij schrik ervaren wordt. Bijvoorbeeld: iemand doet iets waar je van schrikt en waar je bang van wordt. Deze angst kan - vanuit een gebrek aan kennis - toenemen; je wordt als het ware bang voor het optreden van de angst (“Als ik maar geen… zie / tegenkom / krijg.”). Irreële angst kan ook via geleidelijke processen ontstaan, intergenerationeel of via verhalen en/of gevoelens van anderen, nurture and nature. Kenmerkend voor angst is dat signalen van mogelijk gevaar snel ‘herkend’ worden door ons brein. Ons brein doet alles om ons zo goed mogelijk te beschermen en ons zo veilig mogelijk te houden. Dus als iets ook maar een beetje lijkt op hetgeen wat met het gevaar te maken had, dan reageert het brein daar vrijwel direct op. Er ontstaat als het ware een ‘angstspoor’ of ‘geheugenspoor’ dat  wordt ‘vastgelegd’ in ons brein. Er wordt een ‘snelweg’ (netwerk) van hersencellen aangelegd die actief wordt op het moment dat ons lichaam het idee heeft dat het in gevaar is. Het brein triggert op een signaal wat herkend wordt als mogelijk gevaar.

Dit netwerk wordt door Kindt het angstgeheugen genoemd. In haar podcast (Kindt, z.d.) vertelt ze dat de neurowetenschap er tot voor kort vanuit ging dat als een angstgeheugenspoor eenmaal is aangelegd, het voor altijd vastligt en onveranderbaar verankerd ligt in ons brein. De traditionele behandelmethoden van angst zijn gebaseerd op exposure; iemand stap voor stap steeds meer blootstellen aan het ‘gevaar’ om zodoende stap voor stap een nieuw geheugenspoor aan te maken.

Er zijn dan twee geheugensporen. Bijvoorbeeld: het geheugenspoor ‘de lift is gevaarlijk’ en daar komt een geheugenspoor bij met ‘de lift is veilig’. Deze twee sporen zullen in eerste instantie steeds in competitie met elkaar zijn, waarbij uiteindelijk het sterkste geheugenspoor gaat winnen. Aan het begin van de behandeling is het bestaande angstspoor het sterkste, want een nieuw geheugenspoor aanleggen kost tijd door de benodigde nieuwe (positieve) ervaringen, moeite, wilskracht en doorzettingsvermogen. Op het moment dat het nieuwe geheugenspoor voldoende positieve ervaringen opgedaan heeft en sterk genoeg is om het angstgeheugenspoor te onderdrukken, zal de angst afnemen.

We weten dat deze behandelmethode goed kan werken. Wel kan deze behandeling enkele maanden duren voordat het nieuwe spoor sterk genoeg is. Een nadeel van deze methode is dat er altijd een kans is dat het angstgeheugen op een gegeven moment weer de overhand gaat nemen, waardoor de angst dus terugkeert. Door ervaringen die opgedaan zijn in de afgelopen twintig jaar weten we dat er andere technieken zijn om angsten te verminderen of weg te nemen.

Kindt legt uit dat op het moment dat iemand een beetje wordt blootgesteld aan het angstige gevoel, het geheugenspoor een beetje open gaat. Het geheugenspoor wordt tijdelijk gedestabiliseerd en is daardoor verzwakt. Kindt en haar collega’s vermoeden dat dit gebeurt, omdat onze hersenen dan de kans krijgen om het geheugenspoor enigszins aan te passen aan de omgeving. Als er iets nieuws te leren is, dan kunnen er kleine aanpassingen worden gemaakt. Vervolgens wordt, aldus Kindt, dat geheugenspoor weer opnieuw vastgelegd.

Volgens Duchateau is het aanleggen van een nieuw geheugenspoor niet nodig. Dit omdat het bestaande angstgeheugenspoor in één beweging uit te schakelen is, geneutraliseerd kan worden en de angst per direct ophoudt te bestaan.

 

De emotieve theorie

Belangrijk om te weten is dat de meeste (psycho)pathologische verstoringen ontstaan in de vroege kindertijd. Hierdoor kan er al in een vroeg stadium een disbalans ontstaan tussen het ortho- en parasympatisch zenuwstelsel. In de ervaringen van het kind ontstaat een zich herhalend patroon van affect (vastzittende emoties), gedrag en cognities (beperkende overtuigingen) met een daaruit voortvloeiende identiteit. De (psycho)pathologische structuur die hieruit voortkomt, is het gevolg van statische, onvoldoende verwerkte informatie. Deze informatie is ten gevolge van het trauma achtergebleven in het onderbewustzijn en creëert een geheugenspoor. Dit kan triggeren in het ‘hier en nu’, waarbij het affect, gedrag en de bijbehorende cognities, die verbonden zijn met het oorspronkelijke trauma, opnieuw ervaren worden. Wanneer deze onverwerkte informatie voelbaar wordt in het dagelijks leven kan een persoon onmacht ervaren die spanning teweeg brengt in het lichaam (L). Bij dit lichaamsgevoel kan een emotie (E) ervaren worden met een daaraan gekoppeld mentaal deel (M) oftewel beperkende woorden en/of gedachten. Dit noemt Duchateau de MEL van de onmacht. Er is ook een MEL van de gedraging (Duchateau, 2003). Dat wil zeggen dat er ook een mentaal deel, een emotioneel deel en een lichamelijk deel aan het gedrag verbonden zijn. Binnen de emotieve theorie benaderen we dit lichaamsgevoel met de daaraan gekoppelde cognities, affect en gedrag als een MEL-punt.

Met andere woorden: een MEL-punt bestaat uit een onmacht en een daaraan gekoppelde gedraging. De lading, die ontstaan is uit een ervaren traumatiek, reageert automatisch wanneer een (soort)gelijke ervaring zich dreigt voor te doen of zich voordoet in het dagelijks leven. Je kunt er niets tegen doen. Het overkomt je. Duchateau noemt dit een emotieve wet: de trigger heeft voorrang op het denken. Het doel van de gedraging is dat de persoon uit zijn onmacht komt. De onmacht wordt gecompenseerd door het gedrag. De functie van de gedraging is beschermend, ontsnappend of rustgevend. De gedraging kan op zichzelf als ineffectief en inefficiënt ervaren worden. Het lost de onmacht niet op, maar vermindert (tijdelijk) het onmachtige gevoel.

 

Nu we weten hoe ervaringen zich ontwikkelen tot patronen in denken, voelen en doen, gaan we nu een stap verder, kijkend naar de (oplossings)mogelijkheden van het lichaam.

Het enterisch zenuwstelsel als oplossing

In een voorgaande alinea is uitgelegd dat het enterisch zenuwstel onderdeel is van ons autonoom zenuwstel en dat het geheel zelfstandig kan functioneren en ook zonder verbinding met het centraal-  en/of autonoom zenuwstelstel doet het wat het doen moet.

Wat echter nog niet eerder beschreven is, maar wat uit ervaringen van de afgelopen twintig jaar blijkt, is dat het enterisch zenuwstelsel gebruikt kan worden om MEL-punten, met behulp van focustechnieken, binnen enkele minuten te ontspannen en te neutraliseren. Hierna houden de onmacht en de daaraan gekoppelde gedraging in het dagelijkse leven direct op te bestaan. De (angst)ervaring wordt dan opgeslagen in het brein zonder het daaraan gekoppelde MEL-punt. De herinnering aan de ervaring is er nog wel, maar de fysieke spanningsreactie, de emotie en de automatische gedachten (tunnelvisie) zijn er niet meer. De angst is geneutraliseerd. Er is geen nieuw spoor nodig zoals dat bij Kindt gebeurt, omdat het oude angstspoor niet meer bestaat. Wat overblijft, is een herinnering. De angst is weg.

De conclusie van Duchateau is dat het enterisch zenuwstelsel beschikt over de mogelijkheid om angsten en andere gevoelens van onmacht (boosheid, verdriet, schuld, schaamte, enz.) en de daaraan gekoppelde gedragingen te neutraliseren. (Duchateau, 2003)

 

Last but not least: “Waar word je blij van?”

Het basisprobleem dat aan verschillende klachten ten grondslag ligt, is de diepgaande biologische en emotionele ontregeling. Het verbeteren van het dagelijks functioneren van iemand met ‘angstsporen’, zoals uitgelegd door Kindt, is mogelijk met behulp van emotieve ontspanningstechnieken (EOT) van Duchateau. Deze technieken zijn in staat om ladingen één voor één te neutraliseren, waarbij er in één contactmoment meerdere ladingen geneutraliseerd kunnen worden afhankelijk van de tijd die beschikbaar is. Een autonoom zenuwstelsel dat langdurig aan stress blootgesteld is geweest, kan echter dusdanig ernstig ontregeld zijn, dat het continu in de sympatische staat verkeerd (oftewel continu alert en in staat van paraatheid is).

Tot op heden is het weer tot rust brengen van een overspannen zenuwstelsel een moeilijk te klaren klus geweest. En het is zeker nog niet makkelijk, want het vraagt om gedegen kennis, kunde en kwaliteiten, naast tijd, energie en inspanning/ontspanning. Het is hard werken om (weer) tot rust te (kunnen) komen.

In de polyvagaaltheorie van Porges zijn belangrijke kennis en technieken beschreven welke ingezet kunnen worden om het sympathisch zenuwstelsel te kalmeren. De polyvagaaltheorie benoemt ook het belang om mensen (met een ontwikkelingstrauma en/of PTSS-symptomen) te vragen naar ervaringen of activiteiten waar zij blij van worden. Door de gedachten aan waar je blij van wordt, worden in het brein bepaalde stoffen aangemaakt welke een positieve invloed hebben op het autonoom zenuwstelsel. Van veel mensen met angstsporen bevindt het autonoom zenuwstelsel zich vrijwel voortdurend in de vecht- of vluchtmodus en is het van belang om het zenuwstelstelsel ook weer in de ventrale staat (ontspanning) te krijgen. De vraag waar iemand blij van wordt, kan een eenvoudige en essentiële techniek zijn om het autonoom zenuwstelsel te helpen ontspannen.  

Kort samengevat: De emotieve theorie kan ingezet worden om emotionele pijn (angst, boosheid of verdriet) per direct te stoppen, waarbij het niet nodig is om angstsporen bloot te stellen aan herbeleving om ze alsnog te verwerken. De polyvagaaltheorie kan gebruikt worden om het autonoom zenuwstelsel te kalmeren. Een ‘gouden’ combinatie voor problemen welke vaak als moeilijk behandelbaar geclassificeerd worden.

 

 

Dit artikel is geschreven door drs. M. M. H. Wieggers, GZ-psycholoog, orthopedagoog, regressie- en emotief therapeut in samenwerking met R. J. M. Duchateau, psychiatrisch verpleegkundige, emotief therapeut, oprichter en directeur van opleidingsinstituut SET.

 
Bronnenvermelding

Boeken

 

  • Duchateau, R. J. M. (2003). Syllabus Opleidingsinstituut SET. SET

  • Gershon, M. D. (1999). The second brain: a groundbreaking new understanding of nervous disorders of the stomach and intestine (HarperPerennial editie). INGP

  • Swinnen, L. (2022). Activeer je nervus vagus (5de druk). Lannoo.

 

Podcast

 

 

 

© Opleidingsinstituut SET 07-03-2023

Voel

bottom of page