Je hebt gewone ladingen en symbiotische ladingen. Sym’s kunnen echt probleemgedrag geven. Eigenlijk is een Sym niet één enkele lading, maar een hele grote knoop van ladingen waar ook gevoelens van bijvoorbeeld schuld en schaamte aan gekoppeld zijn. Een Sym is voor het kind (en de volwassene) onbegrijpelijk omdat deze is ontstaan op een leeftijd dat het kind nog geen woorden had om te beschrijven wat het voelde. De lading is in de meeste gevallen vóór het derde levensjaar ontstaan.

Alle ladingen ontstaan door trauma’s, Sym’s en sommige andere ladingen ontstaan door hele vroege trauma’s en worden versterkt door onder andere afwijzing, schaamte en schuld.

Hoe ontstaat een Sym?

Aan de basis van de Sym ligt een situatie tussen een ouder en een kind, die het kind als pijnlijk heeft ervaren en op dat moment niet heeft kunnen verwerken. Het kind was toen ongeveer tussen 0 en 3 jaar. 

Het kind heeft op deze leeftijd nog geen ego-ontwikkeling en leeft in symbiose met de ouders. Een lading die voor het derde levensjaar ontstaat noemen we binnen de Emotieve Therapie een Sfeer. Dit is een onmacht waar nog geen woorden mee verbonden zijn, alleen een lichaamsgevoel en een vastzittende emotie.

 

Zoals al eerder benoemd, bestaat een lading uit een onmachtig deel en een gedraging om bij de onmacht weg te komen. Bij het ontstaan van een Sym reageert de ouder vanuit zijn of haar onmacht op het kind. De onmacht die bij het kind ontstaat is een Sfeer. Als gedraging kopieert het kind onbewust de onmacht van de ouder en gebruikt deze als gedraging. Belangrijk om te weten is dat dit een volledig onbewust mechanisme is. Het kind doet het niet expres.

Iedere keer wanneer het kind dit gedrag vertoont, wordt de ouder gespiegeld in zijn of haar onmacht. De ouder veroordeelt deze onmacht van zichzelf. Vanuit de veroordeling naar zichzelf wijst de ouder het kind af op diens gedrag en wordt streng. Ook dit is een onbewust mechanisme, waarbij de trigger voorrang heeft op het denken. Door de terugkerende afwijzing van de ouder naar het kind, komen er als het ware steeds meer ladingen aan de oorspronkelijke Sfeer vast te zitten en dan wordt het een Symbiotische lading. 

 

Door dit mechanisme wordt gedurende de jeugd bij het kind de afwijzingsproblematiek gecreëerd. Elke keer dat het kind in de lading terecht komt, reageert de ouder onbewust met een oordeel en wijst het kind af. Hierdoor ontstaat er een gelaagdheid van traumatiek die gekoppeld is aan afwijzing. Denk hierbij aan niet gezien worden, alleen gelaten worden, niet waardevol zijn, niet goed genoeg zijn, niet kunnen, etc. Deze traumatiek heeft een direct gevolg voor de opbouw van de eigenwaarde van het kind. Het kind zal het gevoel hebben iets niet goed te doen of zelf niet goed genoeg te zijn en is niet in staat om zijn gedrag te veranderen zolang de lading niet geneutraliseerd is. Ook bij het kind is hier sprake van een onbewust proces, waarbij de trigger voorrang heeft op het denken. Omdat het kind deze onmacht zelf niet kan verklaren komt het terecht in zelfveroordelingen, zoals zichzelf dom vinden.

 

Ook al worden deze onbewuste processen bewust gemaakt, dan nog zijn ouder en kind niet in staat om hun gedrag te veranderen omdat het denken wordt uitgeschakeld op het moment dat een lading getriggerd wordt. Ouder en kind zijn letterlijk niet in staat om tot tien tellen voordat ze reageren. Het neutraliseren van de ladingen in het gevoelscentrum in de buik zorgt ervoor dat er weer keuzes kunnen worden gemaakt voor ander gedrag.